In de wijken rond Almere Buiten en Almere Haven staat het natuurgebied letterlijk in de achtertuin. De Oostvaardersplassen, het Lepelaarplassengebied en de stukken bos die door de stad heen lopen brengen een nuttige bonus mee. Almeerders zien meer wilde dieren op een gemiddelde dinsdag dan menig dorpsbewoner in een hele week. Het levert mooie taferelen op, maar ook een paar terugkerende vraagstukken die in andere steden minder voorkomen.

Een stad die de natuur dicht heeft gehouden

Almere is met zijn vier hoofdkernen een van de jongste grote steden van Nederland. De eerste woningen werden in 1976 opgeleverd, en in de stedenbouwkundige opzet zijn van begin af aan brede groene corridors tussen de wijken aangelegd. Die strategie laat zich vandaag aflezen in iedere tuin die aan een groenstrook grenst. Vossen, marters, hazen, eenden en steeds vaker reeën komen langs.

De meeste van die bezoeken zijn welkom of in elk geval onschuldig. Een paar soorten worden echter wel snel een probleem zodra ze een nest of slaapplek hebben gevonden in een woning. De steenmarter staat bovenaan dat lijstje.

De steenmarter, niet uitnodigend maar wel slim

Marters zijn beschermd, intelligent en koppig. Ze zoeken warme droge plekken om te nestelen, en een Almeerse zolder met isolatiemateriaal voldoet daaraan precies. Het probleem dient zich vaak halverwege het voorjaar aan. Geritsel rond zonsondergang, krabsporen op een dakgoot, en af en toe een onmiskenbare geur die door de schuiframen omhoog kruipt.

Er is een misverstand dat een vergiftigingsroute snel werkt. Behalve dat het verboden is bij beschermde diersoorten, leidt het ook tot iets ergers dan het probleem. Een dood dier in een spouwmuur wordt over een paar weken een huishoudelijke ramp. De pagina van Lastvan over marters zet de werkende methoden op een rij. Verstoring met licht en geluid, ontoegankelijk maken van de meest geliefde plek, en pas afsluiten als het dier zeker buiten is.

Het meest onderschatte advies is geduld. Een marter laat zich niet in een avond verjagen, maar wel binnen ongeveer twee weken. Wie consequent is, krijgt het altijd voor elkaar. Wie inconsequent is, krijgt de marter terug zodra de eerste hindernis is opgeruimd.

En dan het andere uiterste: katten in de tuin

Op een totaal andere schaal, maar minstens zo herkenbaar in Almere, speelt de buurkat. In een wijk waar tuinen aan elkaar grenzen via lage schuttingen of beukenhagen, lopen huiskatten vaak ongegeneerd door en over de percelen heen. Wat in een woonkamer een geliefd dier is, wordt in een net aangelegde border opeens een probleem. Vooral wie pas een nieuwe tuin heeft ingericht herkent het.

Deze methode gebruikt een laagspanningsdraad die katten al na één voorzichtig contact leert dat de border niet meer hun favoriete plek is. Het werkt zonder dat het dier verwond raakt, en zonder ruzie met de buren over hun lievelingshuiskat. De spanning is zo laag dat het voor mensen onopvallend is, maar voor een kat genoeg om er voortaan omheen te lopen.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, zijn andere methoden zoals waterpistolen of citrusgeuren minder duurzaam. Katten gewennen relatief snel aan beide. Schrikdraad werkt omdat de associatie negatief blijft, ook na drie maanden.

Twee uiteinden van hetzelfde Almeerse verhaal

Wat marters en buurkatten gemeen hebben is dat ze gevolg zijn van waar Almere ligt. Een marter komt via een natuurgebied, een kat komt via de buurman. Beide dieren testen of jouw perceel een interessante plek is om uit te breiden, en beide stoppen pas als je het systeem doorbreekt waarmee ze de plek leuk vinden.

De kunst zit in vroeg signaleren en bewust kiezen voor een methode die werkt zonder dat het dier eronder lijdt. Een Almeerse tuin hoeft geen oorlogszone te zijn, maar wel een plek waar je zelf de spelregels bepaalt. Dat is, eerlijk gezegd, ook de reden dat veel mensen ooit voor Almere kozen. Ruimte, met natuur dichtbij, en thuis wel even bepalen wat er door je tuin loopt.