Regelmatig wassen is in de winter de beste bescherming tegen zoutschade. Strooizout en pekel blijven na elke rit achter op je lak en op de onderkant van de auto. Daar trekt het zout vocht aan, en dat vocht versnelt roestvorming. Wie de auto in de koude maanden links laat liggen, ziet de gevolgen vaak pas in het voorjaar. Dan is herstel een stuk duurder dan een wasbeurt.

Wat strooizout met je auto doet

Zout houdt vocht vast op het metaal. Daardoor droogt de auto na een natte rit niet goed op en krijgt roest de kans om zich te ontwikkelen. Dat gebeurt het eerst op plekken waar de beschermlaag dun of beschadigd is, zoals randen van portieren en plekken met steenslag.

Ook je lak heeft te lijden. Opgedroogde pekelresten vormen een doffe witte waas die zich kan vastzetten als je er te lang mee doorrijdt. Hoe langer het zout erop zit, hoe lastiger het loslaat en hoe groter de kans op blijvende matte plekken.

De onderkant loopt het grootste risico

De bodem en de wielkasten vangen het meeste opspattende pekelwater, terwijl je daar vanaf de straat niets van ziet. Juist daar zitten kwetsbare onderdelen, zoals remleidingen. Roest daarop kost niet alleen geld aan herstel, maar raakt ook je veiligheid. Een wasprogramma met onderbodemreiniging spoelt het zout weg op de plekken waar je met de hand niet bij komt. Zeker na een periode met veel strooiwerk is dat een verstandige keuze.

Hoe vaak was je de auto in de winter?

Vaker dan in de zomer, is het korte antwoord. Niet elke winter brengt strenge vorst, maar zodra de strooiwagens rijden, bouwt het zout zich op je auto op. Een goede vuistregel is de auto kort na een strooiperiode te wassen en zoutresten nooit wekenlang te laten zitten. Zo blijft de opbouw beperkt en spoel je het zout weg voordat het schade kan aanrichten.

Wassen op de oprit of in de wasstraat?

Zelf wassen op de oprit is in de winter onpraktisch. Bij temperaturen rond het vriespunt kan het waswater op de lak en op de grond bevriezen. In dat geval maak je je eigen oprit spekglad. Daarnaast gelden in veel gemeenten regels voor autowassen op straat, omdat het vuile waswater met zeepresten in het riool of de bodem terechtkomt.

Een wasstraat lost beide problemen op. Je staat droog en het water wordt opgevangen. Moderne wasstraten zuiveren dat water grotendeels voor hergebruik. Bovendien krijg je in één doorgang ook de plekken mee die je met een emmer en spons overslaat.

Wassen combineren met je vaste route

Het makkelijkst houd je dit vol door de wasbeurt te koppelen aan een rit die je toch al maakt. Rijd je bijvoorbeeld veel door Flevoland, dan weet je dat de open polderwegen rond Almere bij winterweer flink gestrooid worden. In dat geval is de Wasstraat Almere van Loogman een logische stop op weg naar huis.

Hetzelfde geldt voor de zuidelijke Randstad. Rond Rotterdam zorgt de combinatie van druk verkeer en vochtig weer ervoor dat pekelwater na een strooiactie volop tegen je auto opspat. Wie daar woont of werkt, kan bij de Wasstraat Rotterdam terecht om het zout er weer af te spoelen voordat het zich vastzet.

Vergeet het interieur niet

Winterschade beperkt zich niet tot de buitenkant. Natte schoenen nemen zout en vocht mee naar binnen, en dat trekt in de vloermatten. Rubberen matten spoel je eenvoudig schoon; stoffen matten kun je het beste laten drogen en daarna stofzuigen, zodat er geen witte zoutranden achterblijven.

Maak er een vaste routine van. Was de auto na elke flinke strooiperiode met aandacht voor de onderkant en houd tussendoor de matten schoon. Zo komt je auto zonder roestplekken en doffe lak het voorjaar in, en voorkom je herstelkosten die vele wasbeurten overstijgen.