ALMERE/ZWOLLE - Hogeschool Windesheim heeft opnieuw de meest tevreden studenten van alle brede hogescholen in Nederland. Dat blijkt uit de Nationale Studenten Enquête (NSE) 2026 van het Landelijk Centrum Studiekeuze. Maar liefst 74% van de Windesheimstudenten geeft aan (zeer) tevreden te zijn over hun opleiding en hogeschool, ruim boven het landelijk gemiddelde.


Opvallend is dat die tevredenheid zichtbaar is in de breedte van de studietijd, namelijk ook bij eerstejaarsstudenten én alumni. Uit meerdere onderzoeken blijkt een consistent beeld: studenten waarderen de persoonlijke begeleiding, betrokken docenten en de sterke aansluiting op de beroepspraktijk.

De algemene tevredenheid in de NSE komt uit op een 3,80 op een schaal van 5. Windesheim scoort op alle hoofdthema's hoger dan het gemiddelde van het landelijk hbo. Vooral de studiebegeleiding (4,00) en de waardering voor docenten (3,82) springen eruit. Studenten ervaren docenten als deskundig, betrokken en makkelijk benaderbaar. Ook de aansluiting op de beroepspraktijk laat opnieuw een stijgende lijn zien. Studenten geven aan dat zij zich gezien en ondersteund voelen binnen de hogeschool.

Alyssia, student ICT, verwoordt het als volgt: "De beschikbare persoonlijke begeleiding en ondersteuning vind ik ontzettend waardevol. Dat maakt de opleiding voor mij echt sterk en zorgt ervoor dat zij met kop en schouders boven andere opleidingen uitsteekt. Je voelt je als student welkom en gezien door alle docenten, ook als je geen les van hen hebt gehad."

Van start tot arbeidsmarkt

De positieve waardering sluit aan bij eerdere onderzoeken onder studenten en afgestudeerden. Uit het eerstejaarsonderzoek, dat na de eerste drie maanden wordt gehouden, blijkt dat studenten Windesheim ervaren als een goede hogeschool met een fijne sfeer, kwalitatief goed onderwijs en veel samenwerking met andere studenten. Daarnaast omschrijven studenten Windesheim als persoonlijk en flexibel.

Ook alumni kijken positief terug op hun opleiding. Uit de HBO-monitor 2025 blijkt dat afgestudeerden vinden dat Windesheim hen goed voorbereidt op de arbeidsmarkt. De voorbereiding op de beroepsloopbaan wordt door 62% van de alumni positief beoordeeld, waarmee Windesheim 9 procent boven het landelijk gemiddelde scoort. Daarnaast werkt driekwart van de afgestudeerden op hbo-niveau.

Rick, alumnus van de opleiding Bouwkunde van Windesheim, ervaarde ook die soepele overgang van studie naar werk. In zijn studie en tijdens zijn stages heeft hij precies die aspecten van het werk kunnen verkennen die ertoe doen. "De overgang van mijn studie naar het werkende leven is daardoor heel geruisloos verlopen. In mijn huidige baan als werkvoorbereider combineer ik de verschillende aspecten die ik tegenkwam in mijn stages."

De algemene tevredenheid onder alumni ligt met 76% eveneens boven het landelijk gemiddelde. Veel afgestudeerden zouden opnieuw voor dezelfde opleiding kiezen en bevelen Windesheim actief aan bij anderen.

Collegevoorzitter Erika Diender over de onderzoeksresultaten van Windesheim; "We zien een positieve waardering bij zowel onze huidige studenten als onze alumni. Studenten waarderen hun docenten als betrokken, deskundig en toegankelijk. Ook na hun afstuderen zijn studenten positief: zij geven aan dat hun opleiding goed aansluit op de beroepspraktijk en de arbeidsmarkt. Een mooier compliment kun je eigenlijk niet wensen. In een jaar waarin we ons lustrum vieren en markeren dat we al veertig jaar samen met onze partners werken aan de ontwikkeling van talent, professionals en de regio."

Over de Nationale Studenten Enquête

De Nationale Studenten Enquête (NSE) is een jaarlijks onderzoek onder studenten in het hoger onderwijs. De enquête brengt in kaart hoe studenten de kwaliteit van hun opleiding en instelling ervaren. Landelijk deden bijna 250.000 studenten mee aan het onderzoek, waarvan bijna 160.000 hbo-studenten. Bij Windesheim vulden 7.727 studenten de vragenlijst in.

Het onderzoek wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Landelijk Centrum Studiekeuze (LCSK), een onafhankelijke stichting die wordt gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.