ALMERE - Slachtofferhulp Nederland kreeg vorig jaar 3.871 meldingen uit Almere. Vermogensdelicten vormen de grootste groep, gevolgd door geweld en verkeersongevallen. De organisatie ziet dat zaken ingewikkelder worden en dat mensen langer begeleiding nodig hebben.

Vermogensdelicten en geweld voeren de lijst aan

Slachtofferhulp Nederland registreerde vorig jaar 3.871 meldingen uit Almere. Vermogensdelicten vormen met 1.677 meldingen veruit de grootste groep. Daaronder vallen zaken als diefstal en fraude. Geweldzaken volgen met 1.067 meldingen. Verkeersongevallen leverden 432 meldingen op en zedenzaken 159. De resterende 536 meldingen gaan over uiteenlopende zaken, waaronder stalking, vermissingen en brandstichting.

In totaal verleende de organisatie 8.306 diensten aan Almeerders. Ruim vijfduizend keer ging het om informatie en advies. Daarnaast bood Slachtofferhulp 1.280 keer psychosociale ondersteuning en 1.239 keer juridische hulp. Zes keer was een spoedinzet nodig, waarbij hulpverleners direct ter plaatse kwamen. Zesenveertig Almeerders kregen een vaste casemanager toegewezen die hen langere tijd begeleidde.

Omgerekend komen er ruim tien meldingen per dag uit Almere binnen. In een stad van ruim 220.000 inwoners geven die cijfers in een keer een beeld van wat er achter de voordeur speelt, van veelvoorkomende criminaliteit tot ingrijpende gebeurtenissen die een heel gezin raken.

Zaken worden complexer en de begeleiding duurt langer

Slachtofferhulp signaleert dat de zaken ingewikkelder worden. Waar eerder vaak een gesprek en praktische informatie volstonden, is nu vaker langdurige begeleiding nodig. Dat geldt zowel voor slachtoffers zelf als voor nabestaanden.

De zes spoedinzetten in Almere laten zien om wat voor situaties het dan gaat. Het ging onder meer om groepsopvang op een school, om begeleiding van een familie na een levensdelict, om intensieve zorg voor een gezin dat getroffen werd door zware explosies, en om langdurige ondersteuning van een moeder van wie de dochter zwaargewond raakte bij een verkeersongeval.

Vooral dat laatste type zaak toont waarom de organisatie spreekt van langere trajecten. Een melding is dan geen afgesloten dossier, maar het begin van maanden of jaren aan contact. Dat verklaart ook waarom het aantal verleende diensten, 8.306, ruim twee keer zo hoog ligt als het aantal meldingen.

De cijfers sluiten aan bij wat er de afgelopen tijd in Almeerse wijken speelde. Explosies bij bedrijfspanden zorgden meerdere keren voor onrust in de stad, en de nasleep daarvan komt terug in de dossiers van Slachtofferhulp. Voor de gemeente en de hulpverlening in Almere zijn het cijfers die laten zien waar de vraag naar nazorg het grootst is.