Achtergrond
In deze zaak gaat het om de verdenking dat verdachten zich op grote schaal schuldig hebben gemaakt aan het in georganiseerd verband maken en in omloop brengen van valse bankbiljetten van 20 euro en 50 euro.
Het opsporingsonderzoek is begonnen in februari 2021 toen een koeriersdienst bij een reguliere controle van een pakketje 274 valse biljetten van 50 euro aantrof. Tijdens het grootschalige onderzoek dat hierop volgde zijn bij doorzoekingen soortgelijke valse biljetten van 20 euro en biljetten van 50 euro aangetroffen. Binnen bijna anderhalf jaar tijd zijn er in totaal meer dan 20.000 biljetten van deze productie aangetroffen in verschillende Europese landen. De economische schade wordt berekend op ruim 640.000 euro.
Oordeel rechtbank
De rechtbank had al bewezenverklaard dat de verdachten dit vals geld hebben gemaakt en verkocht, maar de verdachten werden vrijgesproken van het zijn van een criminele organisatie.
Hoger beroep
Het Openbaar Ministerie is in hoger beroep gegaan tegen deze vrijspraak en tegen de strafoplegging.
Straf
In hoger beroep acht het hof wel bewezen dat de verdachten hebben deelgenomen aan een criminele organisatie. Daar waar de rechtbank onvoldoende structuur zag voor het aannemen van een organisatie, heeft het hof die wel uit het procesdossier en de verklaringen van de verdachten kunnen opmaken.
Verdachten worden veroordeeld tot gevangenisstraffen van 18 maanden, waarvan een deel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, en een maximale taakstraf. De materialen waarmee het vals geld werd gemaakt zijn afgepakt. Verdachten moeten ook hun criminele winsten afdragen aan de Staat. Het gaat om gemiddeld 30.000 euro per persoon.

10.3 ℃










































