ALMERE - Het Openbaar Ministerie heeft elf jaar gevangenisstraf geëist tegen een 19-jarige man uit Almere. Hij wordt ervan verdacht een 25-jarige plaatsgenoot dood te hebben geschoten na een ruzie op straat in Almere in november vorig jaar.


Op 3 november 2002 krijgt de politie iets na tien uur ’s avonds een melding binnen van een schietpartij in de Hildo Kropstraat in Almere. Ter plaatse treffen agenten een man aan op straat met een zware schotverwonding aan zijn hoofd. Hij wordt met spoed naar het ziekenhuis gebracht, waar hij een dag later overlijdt.

Grootschalig onderzoek

De politie start direct een grootschalig onderzoek. Dankzij onder meer getuigenverklaringen en videobeelden van een bewakingscamera komt de verdachte in het vizier van de recherche. Op 9 november wordt hij aangehouden in het huis van een familielid in Utrecht.

Uit het onderzoek blijkt dat er zich die bewuste avond diverse mensen op straat verzameld hadden. Het slachtoffer en de verdachte hadden ruzie. Over wat daar precies de aanleiding voor was, is verschillend verklaard. Wel is duidelijk dat het slachtoffer de verdachte op een gegeven moment een tik geeft, waarna de verdachte een vuurwapen trekt. Op aangeven van omstanders bergt hij dat vervolgens weer op. Als hij kort daarna weer een tik krijgt, haalt hij het wapen opnieuw tevoorschijn en schiet hij het slachtoffer van dichtbij door het hoofd. Op de camerabeelden is te zien dat het slachtoffer vervolgens valt en dat de verdachte en de andere aanwezigen hard wegrennen.

Doodslag

De verdachte bekent dat hij het slachtoffer heeft doodgeschoten. Uit het onderzoek blijkt niet dat hij hier een vooropgezet plan voor had. Er is daarom in de visie van het Openbaar Ministerie geen sprake van moord met voorbedachte rade, maar van doodslag. De verdachte is ook vervolgd voor verboden wapenbezit en voor een poging om een gaspistool om te bouwen.

Met het doodschieten van het slachtoffer heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig misdrijf dat veel leed heeft veroorzaakt. Een jong leven is verloren gegaan en de levens van de nabestaanden zijn op een dramatische en onherstelbare manier veranderd. Het Openbaar Ministerie eist daarom een zware straf. Daarbij is ook rekening gehouden met het strafblad van de verdachte en het feit dat hij na het overhalen van de trekker is weggevlucht en het slachtoffer hulpeloos heeft achter gelaten. Het is alleen aan succesvol opsporingswerk van de politie te danken dat hij zes dagen later aangehouden kon worden. De jonge leeftijd en de beperkte intelligentie van de verdachte zijn meegewogen in matigende zin.

Alles afwegend is in de visie van het Openbaar Ministerie een gevangenisstraf van elf jaar passend. Ook worden wat het Openbaar Ministerie betreft de vorderingen van de nabestaanden toegewezen tot een hoogte van in totaal ruim 110 duizend euro.

De rechtbank doet op 1 augustus uitspraak.